Onze columnist over carnaval

Op mijn schermpje defileren carnavalsbeelden. Waarom tik ik er op, waarom kijk ik er geamuseerd naar? Wat is de magie van carnaval die maar niet uit mijn West-Vlaams lijf geraakt? Dertig jaar lang maakte ik de lange aanloop van september naar de prille voorjaarstijd van vastelauved mee. Zag het gedruis van zaterdagavond tot woensdagochtend en vond meestal dat het goed was. Maar dertig jaar, dat is minder dan de helft van m’n leven, en toch blijft, op afstand, carnaval plakken aan m’n lijf.

Carnaval is zeker niet meer wat het vroeger was. Toen werd die Oiljsterse eruptie niet uitgedrukt in tonnen afval, negen uren stoet en pakweg twintigduizend euro per groep. Was het vroeger beter? Heeft het nu zoveel meer impact? Ik houd me niet bezig met antwoorden te zoeken. Het doet er niet toe, zolang carnaval een verlangen oproept.

Dat verlangen geraak ik niet kwijt. Uren wachten vooraleer de stoet opdaagt en dan meer naar gaten en stilstaande groepen kijken en ondertussen potdoof geblazen worden, daar bedank ik ondertussen voor. Maar toch, met een verzaligde blik op het gezicht buitendrummen na de raadszitting, even het gewoel ontwijken bij een nachtelijk hapje. De doldwaze babbels met volslagen onbekenden beleven. Het gevoel koesteren erbij te horen. Voelen dat genieten een apocalyps van geluiden, geuren, kleuren benadert.

Carnaval zal bij mij wel altijd een verlangen naar een illusie oproepen, een utopiaanse illusie van even arm aan arm in dezelfde richting kijken. Carnaval beleven als een vlucht vooruit, weg van de muizenissen, de grotere zorgen, het slechte nieuws dat ons een leven lang achtervolgt.

Carnaval is de deur op een kier zetten. Door het spleetje komt er zuurstof binnen. ’t Is maar een illusie, maar we overleven dankzij illusies van hoop. De laatste pagina van een goed boek lezen, de aftiteling van ‘Three billboards…’ niet loslaten omdat de film je zo overweldigde,… in dat rijtje passen de Oilsjterse carnavalsbeelden op mijn schermpje. Illusie die ik niet missen wil, kan noch mag.

Green Bananas Marketing

Meer in Column
Er wordt gesold met industrieel verleden

Kerkvader Augustinus hield voor dat een mens gelijktijdig woede én hoop in zich moet dragen....

Aalst toonde zich van zijn mooiste kant

Wanneer is er hoop? Wanneer is er fierheid? 'Nu', was mijn spontane reactie toen zondagochtend...

Sluiten